Met de warme zomeravonden van de laatste weken, hoor je overal in de wijk de sprinkhanen zingen. Bovenstaande foto is van de Grote groene sabelsprinkhaan. De grootste sprinkhaansoort in Nederland. Al met al zijn ze ongeveer 8 centimeter groot. Sprinkhanen en krekels horen bij de familie van de rechtvleugelige insecten.

De mannetjes zitten van het eind van de middag tot diep in de nacht te “zingen”. Dat doen ze door de voorvleugels langs elkaar te wrijven. Het geluid is best sterk en op 100 meter afstand hoorbaar en gaat achter elkaar door. Echt het geluid van een zwoele zomeravond. zie video op Youtube Ze hopen de vrouwtjes te lokken. Omdat ze vleugels hebben kunnen ze een stukje zweven, echt vliegen kunnen ze niet.

De dames zetten in september de eieren af in de grond of in spleten in boomschors.

In het voorjaar komen de jongen uit, die nimfen hebben dan nog geen vleugels en zien er daarom wat anders uit dan de volwassen dieren. Pas na een aantal vervellingen, rond eind juni, worden ze volwassen. Tot die tijd leven ze in lage begroeiing. Als er in die tijd gemaaid wordt is dat funest. Je hoort het zingen van de krekels daarom vooral in wat hogere vegetatie, waar sinds mei niet meer is gemaaid.

Deze sabelsprinkhaan eet vooral insecten. Er zijn ook andere krekels en sprinkhanen, die vooral plantaardig materiaal eten. Sommige soorten zijn heel klein, pakweg een centimeter. Als je door gras loopt, springen ze net voor je voeten weg. De Engelse naam grasshopper is dan zeer toepasselijk.

Dit is de “krekel” uit de vertelling over de krekel en de mier. De krekel die de hele zomer zat te zingen en de mier die hem waarschuwde dat hij voorraden voor de winter aan moest leggen. Toen de winter kwam, klopte de krekel bij de mier aan om eten. “Nee, ik heb je toch gezegd dat je voorraden aan moest leggen? Ik heb alleen genoeg voor mezelf, ik kan je niets geven.” Aldus verhongerde de krekel. De moraal van dit nare verhaal? De mier is ondertussen ook dood en heeft haar leven lang nooit gekrekeld.