Tuintips

Een fijne tuin – om in te zitten en niet om je in het zweet te werken

Tegel er uit, plant er in. Het is nodig om Utrecht klimaatbestendig te krijgen, zodat het ’s zomers niet te heet wordt en dat bij plensbuien het water goed weg kan. Maar vraagt zo’n tuin dan niet veel werk? Op deze pagina’s geven we een aantal tuintips, hoe je met weinig werk een tuin maakt waar je veel plezier aan beleeft.

Houd je tuin een beetje bij, zodat onkruid niet uitzaait. Als een plant duizend zaadjes verspreid, moet je er op termijn duizend wieden.

Haal onkruid zoveel mogelijk weg door eerst te schoffelen en daarna pas het onkruid dat te dicht naast tuinplanten staat, uit te trekken.

Maak je tuin pas “winterklaar” in maart door dán pas al het gewas af te voeren. Insecten overleven zo in de holle stengels en onder het blad, in het voorjaar is het biologisch evenwicht gelijk weer aanwezig (lieveheersbeestjes). Het gewas is dan helemaal uitgedroogd en heel snel weg te halen en het laat zich goed in de groene bak stoppen. Zolang dood gewas de grond afdekt, zal er nauwelijks onkruid onder kiemen, dat scheelt ook weer werk.

Zet bodembedekkers in je tuin, daar groeit amper onkruid tussen. Zet er vaste planten die schaduw geven omheen (Laurier, Taxus, Hulst, brede stekelvaren, Vlinderstruik, Stokroos, ….), zodat de bodembedekkers niet door elkaar heen gaan groeien.

Gebruik géén mulch of houtsnippers. De eerste jaren gaat het wel goed, maar zodra het gaat verteren wordt de grond veel te voedselrijk. Dan groeien er vooral nog brandnetels, zuring en kleefkruid. Als je aan onbemeste tuinaarde kunt koen: doen! Er valt door de luchtvervuiling nu 10-14 kg stikstof per hectare met de regen in je tuin. Dat is de hoeveelheid die de Landbouwvoorlichting een eeuw geleden op akkers adviseerde. Bemesten hoeft dus ook niet,  het valt met de regen al meer dan genoeg in de tuin. De onkruiden die van mest houden groeien al “overal” in Nederland en weten jouw tuin ook te vinden. Hou hem maar schraal.

Op een zonnige plek kun je een kruidentuin aanleggen. Liefst zo dicht mogelijk bij de keukendeur, zodat je ook bij regen gauw wat verse kruiden kunt plukken. Rozemarijn, lavas (maggiplant), bieslook, tijm, salie, venkel, laurier, citroenmelisse, bonenkruid doen het prima in ons klimaat. Kruiden bloeien vaak met bloemen die vlinders en hommels aantrekken. Zet munt ergens in een hoekje van de bestrating: die woekert nogal.

Venkel en laurier worden (2 meter) hoog, zet die achteraan of opzij. Het blad van lavas sterft af na de bloei. Knip de plant helemaal terug als hij lijkt te gaan bloeien, dan heb je wel de hele zomer vers lavasblad. Basilicum en Koreander koop je als plantje in april/mei. Zet ze een paar dagen in de schaduw, met het plastic er nog omheen. Goed water blijven geven, na 1 dag het plastic er af. Na een dag of drie zijn ze afgehard en kunnen ze geplant worden. Als Koreander gaat bloeien wordt het blad giftig, eet het dan niet meer.

Op de website van de Vlinderstichting staan planten die vlinders trekken. In tuincentra staan ze ook vaak bij elkaar als vlinderplanten. Als je hier je keus uit maakt, dan heb je een goede kans dat je vlinders in je tuin krijgt. Probeer onbespoten planten te kopen, anders gaan de vlinders dood.

Wie van vlinders houdt, moet rupsen voor lief nemen. Zonder rupsen geen vlinders.

Brandnetels in de tuin zetten is natuurlijk teveel gevraagd, hoewel er mensen zijn die brandnetels in een grote bloempot zetten en genieten van rupsen die zich verstoppen in een  door de rups zelfgevouwen kokertje van brandnetelblad.

Damastbloem, Judaspenning, Klimop, Hop, Hulst, Wegedoorn, Vlinderstruik, Kattestaart, Kaasjeskruid en Aalbes zijn ook goede rupsenplanten. Met wat Munt (pas op, die woekert flink, zet ‘m waar hij niet “weg kan lopen”) krijg je beslist het muntvlindertje in de tuin.

De Vogelbescherming heeft veel tips voor een vogelvriendelijke tuin. Er is een royale soortenlijst voor bomen, hagen, struiken, klimplanten en vaste planten. Je kunt er ook tuinadvies vragen van vogelconsulenten.

In het algemeen geldt dat inheemse planten beter zijn voor vogels, omdat daar meer insecten aan knagen dan aan planten uit verweggistan. Alle tuinvogels voeren hun jongen met insecten.

Variatie in hoogte vinden vogels fijn, net als een wintergroene struik om in weg te vluchten voor een kat of roofvogel. Veel vogels broeden graag in doornstruiken.

Maak je tuin pas in maart “winterklaar”, laat tot die tijd al het uitgebloeide gewas staan. De vogels eten er veel zaadjes uit. Insecten (Lieveheersbeestjes!) overwinteren in holle stengels en onder het afgevallen blad. Het geeft het leven in je tuin een boost. In maart is al het gewas goed afgestorven en uitgedroogd, dan heb je het in een halfuurtje weggehaald.

i

Een tuin kan in de zomer te warm zijn om lekker in te zitten, dan is een schaduwplek nodig. Natuurlijk kun je een parasol neerzetten. Je kunt ook een druif een “dakje” laten maken. Laat de plant omhoog groeien en laat een paar ranken op ongeveer 80 cm afstand naast elkaar groeien. Bijvoorbeeld door ze aan een metalen staaf vast te binden. In het najaar snoei je alles weg, tot op die ranken. In mei loopt hij weer uit, precíes als de zon erg heet gaat worden. De hele zomer heb je een verukkelijke schaduw. Eind september-begin oktober valt het blad er af en heb je weer zon onder de druif.

Het kan zijn dat er druiventrossen aan komen. Als je er van uitgaat dat ze sneuvelen door meeldauw (een witte schimmel) of door merels en spreeuwen worden opgegeten, dan valt het mee als je ze zelf kunt plukken. Vers druivensap (even in de blender, daarna door de zeef) is echt lekker.

In de zomer moet je de druif waarschijnlijk een keer of twee snoeien. Knip alle ranken terug tot twee of drie bladen voorbij de laatste tros aan die rank.

In het najaar, als het blad er af is, knip je de druif weer terug tot op het kale hout langs het metalen frame.

Schaduwhoek in tuin

De druif, die over de poort is geleid, zorgt voor een heerlijk koele zithoek op hete zomerdagen

Alle planten hebben licht nodig om te groeien. Wat moet je nu aan et een plek waar echt geen zon komt? Zet er bosplanten neer!

Lelietje van Dalen, Kruipend zenegroen, Zwarte bes, het wil er nog wel groeien en bloeien, zeker als er nog wat ochtendzon komt of als het midden in de zomer nog wat zon krijgt.

Als je een hoek hebt met echt diepe schaduw, dan kun je er varens neerzetten. Brede- of smalle Stekelvaren zijn inheems, groeien goed en gaan niet woekeren. Wil tongvaren of IJzervaren groeien in je tuin? Dubbelloof? Je kunt een muurtje maken(zonder Portland-cement maar met “ouderwets” cement), waar je de varentjes als steenbreekvaren en allerlei mossen zelf hun plekje laat opzoeken.

Koningsvaren heeft wel licht nodig.

Adelaarsvaren is inheems en gaat beslist woekeren. Ook Struisvaren (niet inheems) woekert op een manier die niet leuk meer is. Laat die maar staan in het tuincentrum.

Bestrating vraagt meer werk dan je soms denkt. Tussen de voegen groei onkruid, dat lastig weg te halen is. De tegels slaan groen aan met algen, die je met een hogedrukspuit weg kunt halen. Niet echt een leuk klusje.

Planten in potten moeten ’s zomers vaak water. Als ze af en toe te weinig water krijgen groeien ze niet goed en worden ze kwetsbaar voor schimmels en insecten. In de winter is er een kans dat ze bevriezen.

Is een tegeltuin eigenlijk wel zo makkelijk? En leuk?

Veel tuinen in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern zijn klein. Hoe maak je daar  wat leuks van?

– Kijk eerst waar bestrating echt nodig is: waar wil je zitplekken hebben in de zon en in de schaduw? Waar loopt het pad naar de schuur of de poort? Maak de paden niet te smal, de planten gaan er overheen hangen en je wilt niet elke week hoeven snoeien en knippen. Een pad van 1,2 meter is echt niet overdreven breed als er een stokroos naast staat.

Het is leuk als er hoogteverschillen in de plantvakken zijn, zodat je niet in één blik de hele tuin overziet. Het hoeft niet superhoog, maar wat hoogteverschilen tussen de planten maakt het interessanter om te zien en is ook voor vogels en vlinders aantrekkelijk. Waar wil je de hoge en waar de lage planten? Wat zie je het best uit het huis en waar wil je (dus) de vroege-voorjaarbloeiers en de winterbloeiende planten?

Is er een muur of schutting, of een heg? Je kunt muren en schuttingen laten begroeien met klimplanten. Span eventueel gaas langs de muur, zodat ook planten zonder hechtwortels tegen de muur geleid kunnen worden. roos bijvoorbeeld, of lathtyrus.

Als je het hele jaar bloemen wilt, dan moet je elke maand een bloeiende plant kopen. De hoveniers trekken momenteel allerlei planten op de raarste momenten in bloei, kijk voor “bloeiende planten” wat er in andere tuinen in bloei staat.

Een kleine vijver in je tuin is een enorm waardevolle toevoeging. Het is belangrijk dat minstens één oever geleidelijk afloopt, zodat dieren in- en uit de vijver kunnen om te drinken of te zwemmen. De vijver moet op het diepste punt 1,5 meter zijn, dan bevriest hij niet tot de bodem en overleven de waterdieren de winter. Vissen maken het water gauw vuil. Vissen eten de eitjes van amfibieën als padden, kikkers en salamanders, je moet dus kiezen tussen vissen (goudvis, koikarper) en amfibieën. Bij vissen moet je ook iets doen tegen reigers.

Als het water schoon is zul je libellenlarven in je vijver krijgen. Op zomerse dagen zul je ze uit het water zien kruipen om uit te sluipen en weg te vliegen. Of ze patrouilleren rond je vijver.

Met waterpest en andere onderwaterplanten kunje zorgen voor genoeg zuurstof in het water zonder pompjes of ander gedoe. Je moet het af en toe wel in toom houden want het groeit hard. Doe de planten die je uit je vijver haalt in de groene bak en doe het beslist niet in de sloot, ze kunnen enorm gaan woekeren, de watergangen verstoppen en zodoende het waterschap op kosten jagen. Er staat al een erg vervelende invasieve exoot in de sloten van Leidsche Rijn (ongelijkbladig Vederkruid) en dat is al erg genoeg, daar hoeft geen tweede rotzak bij.

Zet wat moerasplanten in het ondiepe deel: volop bloei! Koninginnekruid, Kattenstaart, Moerassirea, Dotterbloem.

Vijvers vragen een doordachte aanleg en soms wat onderhoud, hier staan veel vijvertips.

Vijvers en kleine kinderen gaat niet samen. Peuters kunnen verdrinken in een laagje water van een paar centimeter. Als ze er voorover invallen gaan ze wel spartelen maar tillen ze hun hoofd niet op, waardoor neus en mond onder water blijven. Wacht met de vijver aanleggen tot je geen kinderen die niet kunnen zwemmen op bezoek krijgt.

Dat ga je in de praktijk merken. Maar je kunt vaak van tevoren inschatten of een plant het al- dan niet gaat doen.

Kijk rond in de buurt wat er goed groeit in andere tuinen. Wat vind je leuk? Wat past qua maat? Wat wordt te groot? Wat staat overal te kwarren en wat groeit de pan uit? Waar zitten vlinders of bijen op?

 

 

 

Slakken zijn misschien wel de lastigste tuinplaag. Naakstslakken en de Segrijnslak (chagrijnslakwink) eten zo ongeveer “alles”. De Segrijnslak is familie van de wijngaardslak en zou eetbaar zijn.

De gewone tuinslak valt dan wel weer mee. Er is momenteel een onderzoek of de kleur van de slakkenhuisjes lichter wordt door de klimaatverandering, ook jouw slakken kunnen er aan meedoen. Slakkenhuisjesonderzoek

Als alle Hosta’s in de buurt volledig geperforeerd zijn door slakken, dan zullen de slakken ook een feestje houden op jouw nieuw-geplante Hosta. Ook Ridderspoor is dan geen goede plant om neer te zetten.

Akelei, Kattenkruid, Wolfsmelk, Duizendknoop (geen japanse!), Ooievaarsbek, Duizendblad en Bellenplant worden nauwelijks door slakken gegeten. Ook planten met stevige dikke bladeren, of ruwe bladeren, blijven nagenoeg ongeschonden.

Er zijn allerlei tips over dingen die je om kwtsbare planten kunt strooien zodat de slakken er niet bij kunnen. Oze tip voor de makkelijke tuin: kies een andere plant, je blíjft anders bezig. Accepteer wat gaatjes in bladeren.

Vogels zijn blij met slakken. Metels eten naaktslakken. Ze willen daarbij graag een ruwe steen, om de slijmhuid van de slak af te schrapen. Lijsters eten huisjesslakken, die gebruiken de steen om het huisje stuk te tikken. Romantisch: meneer Lijster tikt een slakje en doet dan een stapje achteruit. Mevrouw Lijster mag hem opeten. ♥️

Egels eten ook slakken, laat een gaatje onder de schutting zodat hij je tuin in- en uitkan. Je kunt ook een hoop takken en blad achterin een hoekje van je tuin leggen, zodat hij een nest kan maken en overwinteren.

Mieren eten slakkeneieren, gebruik daarom geen gif tegen mieren en roei het nest niet uit met een gifdoosje. Mieren volgen elkaars geurspoor. Heb je mieren in huis gekregen, maak dan de plek schoon waar ze binnen zijn gekomen en strooi er gemalen kruidnagel of een mierenverjagend poeder uit het tuincentrum. Het geurspoor is dan weg en de mieren blijven weer buiten.

 De enige mier waarvoor dit niet geld is het Draaigatje. Maar die is nog maar op 10 plekken in Nederland vastgesteld. Mocht je zo’n plaagmier in je tuin of straat krijgen, schakel dan de gemeente in.

 

De aarde heeft zo’n 5 miljard bestaan zonder kunstlicht. Pas ruim een eeuw geleden is de gloeilamp gemaakt. De natuur weet zich nog geen raad met licht. Nachtvlinders vliegen zich ertegen dood in plaats van dat ze bloemen bestuiven. Vogels gaan te vroeg in het jaar broeden. Uilen en vleermuizen kunnen niet goed jagen op muizen en muggen (en die muizen en muggen willen we wel kwijt).

Ook als je op een oor ligt, gaat het leven in je tuin door. Geef het de kans om dat te doen op de manier waarop het al miljoenen jaren gaat en beperk de hoeveelheid licht in je tuin. Licht geen bomen aan, zet geen lampjes “voor de sier” in je tuin. Kies voor een lamp met bewegingsmelder, zodat je wel licht hebt als je thuiskomt, maar zodat het licht weer uitgaat als je binnen bent.

Als je een nieuwe lamp koopt, zorg dan dat hij alleen dat verlicht waar je loopt en de tuin (en verdere omgeving) zo min mogelijk mee-verlicht

Hommels zijn een goedmoedig lid van de bijenfamilie. De koningin overwintert en zoekt in het voorjaar naar nectar en stuifmeel. Daarna zoekt ze een holletje (spouwmuur, oud muizennest of iets dergelijks) om haar nest te maken. Zolang de eerste jonge hommels nog niet zijn uitgevlogen haalt de konining eten voor alle larven, daarna nemen de werksters dat over. In het najaar worden er nieuwe koninginnen en darren (mannetjeshommels) geboren, die paren waarna de koningin overwintert. De andere hommels halen de winter niet.

Ze brommen goedmoedig door de tuin, van bloem naar bloem. Als het regent zitten ze binnen, maar als het een kwartier droog is zijn ze alweer bezig. Het is voor hommels vooral belangrijk dat er van het vroege voorjaar tot in het najaar continu nectar en stuifmeel in de buurt te vinden is. Stokrozen, teunisbloemen, lavendel, ze zoeken de beste planten wel op en die worden minutieus afgewerkt.

Hommels hebben een angel maar gaan dood als ze steken. Ze steken alleen als je ze ernstig in het nauw brengt.

Zweefvliegen hebben vooral stuifmeel nodig, wat ze vaak zoeken op schermbloemigen als venkel of peen. Ze hebben een aparte manier van vliegen: soms hangen ze roeloos in de lucht, om er vervolgens als een raket vandoor te gaan. Ze lijken wat op bijen met hun zwartgeel gestreepte outfit, maar ze hebben geen angel en kunnen niet steken.

Zweefvliegen hebben een fascinatie voor de kleur geel: als je buiten luncht, zullen ze zeker de gele accenten op het margarinekuipje komen bekijken.

Katten (van anderen) zijn vervelend in de tuin. Ze poepen in kale losse grond en begraven de poep. Als je iets wilt planten, dan grijp je er in. Bah.

De eerste maatregel is zorgen dat er geen eten voor hen te vinden is, ook niet bij de buren. Doe schuurtjes dicht. Ken je de eigenaar? Praat er eens mee, soms helpt het om een kattenbak in de tuin van de eigenaar te zetten, zodat hij daar poept.

Er zijn veel methoden om katten te weren, de methoden voor buiten staan wat lager op die pagina. Als iemand een watersproeier weet te vinden die níet op de tuinslang hoeft maar die werkt met een vijver of reservoir, dan houden we ons aanbevolen voor die tip.

De ultrasone apparaatjes  houden de katten weg, maar we weten niet of ze ook vogels weghouden.  Egels zouden er wel last van hebben. Vleermuizen horen het harde geluid als ze toevallig overvliegen als er een kat door je tuin loopt waardoor het apparaatje aan gaat.

Heb je last van zwerfkatten of wilde katten, neem dan contact op met de dierenambulance Utrecht. Als de kat herplaatsbaar is, gaat hij naar het asiel. Als het een wildgeboren kat is wordt hij gesteriliseerd of gecastreerd, ingeënt en daarna teruggezet. Zodat er niet steeds meer wilde (zwerf)katten komen.

Heb je zelf een kat, zorg er dan voor dat hij gechipt is. Doe hem, zeker van april tot juli, een “moordenaarsbel” om. Leer hem om in de kattenbak te poepen en zet er een in je tuin. Dat scheelt bonje met de buren

 

Als je een gazon is het niet leuk als er ineens allemaal molshopen in zitten. In het voorjaar zoeken mollen een partner en graven ze flink door, waardoor er juist dan veel molshopen komen.

Je kunt het zand van de molshoop verspreiden over het gazon. Het gras groeit gauw genoeg weer terug.

Je kunt, vóór je het gazon aanlegt, gaas of een netje eronder ingraven. Planten als Keizerskroon (bloeit al in april!) of kruisbladwolfsmelk schrikken mollen af door de geur. Ook haren of urine van katten en honden houden mollen weg. Een ingegraven bierflesje gaat fluiten in de wind, dat lawaai vinden ze ook reden om te vertrekken.

 Mollen zijn nuttige dieren. Ze eten beestjes op die aan plantenwortels knagen. Door hun gewroet wordt de grond luchtiger en kan een plensbui beter weg. Planten kunnen makkelijker diep wortelen. Alle reden dus om de molshopen voor lief te nemen en niet met gif of klemmen de beestjes te doden.

In Nederland (en in Utrecht) is onvoldoende bekend waar allemaal mollen zitten. Zit er een in je tuin of buurt, meldt het dan even op waarneming.nl.

 

Daar sta je dan. Met een plantenlijstje van de Vlinderstichting of de vogelbescherming en je hebt geen idee waar die planten staan in het tuincentrum. Vragen aan de medewerkers is dan om te beginnen een goed plan.

Bij de tafel met “vlinderplanten” zie je prachtige fleurige etiketten. Kijk niet alleen naar de plaatjes, maar lees ook de rest van de informatie. Hoe hoog wordt de plant? Waar wil je hem zetten en heb je zoveel plek? Iedereen weet dan Mais tussen mei en september spectacuair kan groeien, maar er zijn ook tuinplanten die zo’n kunstje uithalen. Wat is de geadviseerde plantafstand? Als dat 1 plant per vierkante meter is, dan groeit hij als kool, volgens de kweker. Voor een gevarieerd stadstuintje moet je er dan geen 6 kopen. Soms blijven planten van dezelfde soort maar een andere kleur kleiner.

Kijk ook naar de andere opmerkingen op het etiket. Als er gewaarschuwd wordt dat hij zou kunnen woekeren, laat hem dan maar staan. Is hij winterhard? Staan er bewerkelijke instructies op over snoeien of beschermen tegen vorst of wind? Hoe lang bloeit hij? Sommige planten bloeien de hele zomer, andere bloeien een week. Sommigen bloeien het 1e jaar al, anderen pas na een paar jaar. Wil hij in de zon of in de schaduw? Als je tuin bestaat uit veen- of kleigrond, dan is een “zandblauwtje” geen goed idee, die gaat dood.

Natuurlijk zijn de foto’s van al die bloeiende planten leuk om naar te kijken. De etiketten lezen helpt je om planten te kiezen waar je ook in de praktijk plezier van hebt.

Heb je een tip? Laat het ons weten!

11 + 1 =