Waarnemingen

Wat leeft er eigenlijk allemaal in de wijk? We weten het niet precies. Dat is erg jammer, omdat er dan niet goed rekening gehouden kan worden met alles wat er is.Daarom deze oproep: zet op waarneming.nl wat er allemaal in uw buurt leeft: van huismus tot fazant, egel of bever. (Ja, echt!) De handleiding staat hier: https://waarneming.nl/pages/getting-started/?

De recente waarnemingen van de wijk Vleuten-De Meern staan hier: Vleuten-De Meern

Van Leidsche Rijn staan ze hier: Leidsche Rijn

Van Lage Weide kunt u ze hier vinden: Lage Weide

Volop zomer – zwaluwen horen erbij!

Er is wenig wat zo zomers klinkt als zwaluwen die al gierend door de lucht zoeven. Sinds 2017 kun je het ook in Leidsche Rijn horen. De gierzwaluwen maken het gierende geluid namelijk alleen als ze vlabij hun nest op insecten aan het jagen zijn. Bij de Kersentuin, (tussen de Parkzichtlaan en Máximus brouwerij) is een gierwaluwnestkast bewoond.  Hier staat een foto van de nestlocatie Als er op meer plekken in de wijk nestkasten zouden hangen, zou het kunnen dat we dit zomerse geluid vaker gaan horen. Of misschien zijn er al meer bewoonde nestkasten? Geef dat door op waarneming.nl of twitter het naar Gitty Korsuize, de @stadsecoloog030!

Gierzwaluwen worden ook wel de 100-dagen vogel genoemd. 100 Dagen nadat ze terug zijn gekomen van hun winterverblijf hebben ze hun jongen groot en vertrekken weer.  Ze vliegen jaarrond door, alleen als ze broeden hebben ze vaste grond onder hun (zwakke) pootjes.  Ook slapen doen ze vliegend: ze vliegen flink omhoog en vallen in slaap. Ruim voor ze de grond bereiken is het weer ochtend en worden ze wakker.

As het ’s zomers slecht weer is hoor je ze niet: ze vliegen dan naar een gebied met op dat moment beter weer, Engeland bijvoorbeeld. De jongen kunnen 24 uur zonder eten. In een zomer met wekenlang aaneengesloten regen komt er van het broedsel weinig terecht.

Eind juli worden de nestplekken in Utrecht geïnventariseerd door vrijwilligers. Altijd met mooi weer. Waar vliegen gierzwaluwen? Waar gieren ze? Zijn de nesten te vinden? Ze broeden in gebouwen, maar als een dak wordt geïsoleerd kan het zijn dat de nestplek onbriuikbaar wordt. Daarom is het belangrijk om te weten waar ze broeden. Er moeten bij bouwkundige ingrepen (liefst meerdere) alternatieve nestplekken in de buurt zijn.

Rietvogeltjes

Langs veel sloten in Leidsche Rijn en Vleuten de Meern staan forse rietkragen. Deze helpen het water schoon te houden. De planten gebruiken veel voedingsstoffen om te groeien, waardoor het water minder voedselrijk wordt. Er zit in Nederland veel stikstof (ammoniak en nitraten) in de lucht, met regen valt dit op de gond en in het water. Er valt momenteel meer stikstof uit  de lucht, dan er een eeuw geleden door de Landbouwvoorlichtingsdienst werd geadviseerd als bemesting. Als riet wordt gemaaid, wordt een deel van de overdaad aan voedingsstoffen afgevoerd.

Gelukkig is het ook beleid om eenderde deel van de rietkragen níet te maaien. Er zijn veel vogels die broeden in rietkragen. De Kleine karekiet, hierboven op de foto, is de minst veeleisende. Er is maar een klein stukje riet nodig, of hij kan er zijn nest maken. Dat lukt alleen in oud riet, de jonge groene scheuten zijn te slap, het nestje zou bij wind en regen op de grond belanden.  Op veel plaatsen in de wijk kun je hem nu horen zingen, al heeft de zang veel weg van krassen: https://www.youtube.com/watch?v=uenmq_BJXxg

Op andere plekken met meer oud riet en ook wat struiken en boompjes komen ook andere rietvogels voor. In de rietkragen ten noorden van Key West zitten blauwborsten. Die hebben serieus zo’n blauwe borst en ze zingen ook mooi: https://www.youtube.com/watch?v=smGihazGEGA

Daarnaast zijn er nog veel andere vogels die in rietkragen voor kunnen komen: rietgors, grote karekiet, rietzanger, …. Als rietkragen goed ontwikkeld zijn en er in de omgeving voldoende boomjes en struiken staan (en er geen honden loslopen) kan het een waar genoegen zijn om er te luisteren naar het gezang, gekras, getik en gepiep van al die vogels. In riet zitten veel insecten waarmee ze hun jongen kunnen voeren. De meeste vogels die in het riet broeden zijn trekvogels, een enkeling (het baardmannetje bijvoorbeeld) blijft hier. Maar het is zeer onwaarschijnlijk dat díe in de wijk te vinden is, want hij is zeldzaam.

Rietvogels krijg je niet makkelijk te zien: het zijn overwegend “kleine bruine vogeltjes” die zich graag goed verstoppen.

Maar wegens de zang en levendigheid die ze meebrengen is het fijn dat er zoveel oud riet langs de sloten staat.

Van de wal in de sloot – Over kikkers en padden zo

Leidsche Rijn heeft veel sloten, zodat bij een fikse bui het water weg kan lopen de sloten in. Het watersysteem heeft behoorlijk schoon water. Dat kun je zien omdat er geen kroosdek op ligt. Als er veel mest in het water zit, is de hoeveelheid licht beperkend voor de plantengroei, dan ontstaat een kroosdek. Bij schoon water zijn er ondergedoken waterplanten, die uit de hele waterlaag de voedingsstoffen op kunnen nemen.

Die planten worden gegeten en dienen als huisvesting voor de beestjes in de sloten. Slakjes, kreeftjes, watervlooien, muggen- en libellenlarven, er zitten allerlei kleine beestjes in het water. Het IVN gaat op 8 juni bij het theehuis in park Oog in Al en 16 juni bij tuinenpark De Pioniers in Overvecht “slootje prutten”, op zoek naar die kleine beestjes. (opgeven via stadsnatuur@hotmail.com)

Al die kleine beestjes zijn weer voedsel voor de wat grotere dieren. Vooral van muggenlarven is het voor ons fijn dat ze worden opgegeten. Welke dieren zitten er zoal, behalve vissen?

Om te beginnen kikkers natuurlijk. Je hoort ze nu volop kwaken. (En nee, dat zijn geen brulkikkers, al laten ze zich flink horen) Als ZIJ met haar mooie ogen nu verliefd wordt op HEM met zijn mooie blaaskaken, dan kunnen ze samen kikkerdril afzetten. Na een paar weken komen die eitjes uit en zwemmen de kikkervisjes rond. In de loop van het jaar worden dat volgroeide kikkers. Ze overwinteren onder in de sloot. Er zijn bruine kikkers en diverse soorten groene kikkers, die ook voor specialisten soms lastig uit elkaar te houden zijn. Heikikkers komen voor in Rijnenburg.

Daarnaast zijn er padden. Ze zijn goed te onderscheiden van kikkers: ze zijn lelijk en hebben een wrattig vel. In maart, zodra de vorst weg is, trekken padden uit hun droge overwinteringsplekken naar de sloten toe. Vrijwilligers helpen ze met oversteken van gevaarlijke wegen, oook in onze wijken. Ze paren direct en zetten daarna eisnoeren af, dus geen klonten dril. Zodra de jonge padjes het “donderkopjes-stadium” hebben gehad trekken ze massaal het water uit en de wijde wereld in. Dan lopen er soms honderden kleine slanke donkerbruine padjes door de wijk, dat verschijnsel heet “paddenregen”. Eerdaags is het er weer tijd voor. Die padjes doen vervolgens hun best om zich in de zomer dik en rond te eten aan de insecten, bijvoorbeeld in je tuin. In het najaar zoeken ze een overwinteringsplek.

In de sloten en vijvers in de wijk zitten ook wat salamanders. Mooie beestjes! De mannetjes hebben in de voortplantingstijd (april-mei) een kam op hun rug. De eitjes worden afgezet op waterplanten. Heb je een vijver, zet er dan ’s avonds eens een zaklantaarn op om te kijken wat er rondzwemt.

Het laatste dier wat we hier noemen is de ringslang, een reptiel. Die is ongevaarlijk voor mensen, ze bijten zelfs niet als ze gevangen worden. (Ze smeren belagers desnoods wel vol met hun stinkende poep) Een volwassen dier ziet er vervaarlijk uit: meer dan een meter lang, zo dik als je pols. Ze zijn meestal goed herkenbaar aan de gele ring achter hun kop. Er is al een enkele waarneming bekend uit de wijk (een in Vleuterweide en een uit Terwijde), maar daar blijft het tot nu toe bij. Ringslangen zetten hun eieren niet af in de sloot, maar in broedhopen, waar ze door de warmte van het rottingsproces worden uitgebroed. Bij Haarzuilens en in het Máximapark zijn van die hopen aangelegd, maar er zijn nog geen eierschalen gevonden. Dus ook nog geen jonkies, die zijn zo groot als een potlood.  Ringslangen eten o.a. padden en kikkers, zodra ze zich hier vestigen zal het aantal padden en kikkers wat afnemen. Dan zijn er ook meer broedhopen nodig dan de enkele die er nu is. Ringslangen zitten graag te zonnen op een dijkje of onder een (veilige) braamstruik. Ze hebben water nodig, maar gaan dus ook het land op.

Heb je kikkers, padden, salamanders of, wie weet, een ringslang gezien (of gehoord)? Zet het op waarneming.nl. Dat helpt voor het beheer en de bescherming. Meer informatie over deze en andere soorten amfibieën, reptielen en vis staat bij Ravon. Dat is een kennisorganisatie die zich richt op deze dieren.

Bloeiende bermen

Leidsche Rijn en Vleuten De Meern zijn groene wijken. Een behoorlijk aandeel van dat groen wordt gevormd door bermen. Als er veel verschillende bloeiende planten in staan is dat niet alleen een lust voor het oog. Allerhande insecten vinden er nectar, stuifmeel of andere eetbare zaken. Vogels vinden er insecten om hun jongen mee te voeren.

Bloeiende bermen zijn zo belangrijk voor vlinders, dat Floron (een club die inventariseert wat er groeit aan planten) en de Vlinderstichting samen een meerjarig project zijn begonnen: “Mijn berm bloeit”. Ze vragen vrijwilligers om op een standaard-manier natuurlijke (niet ingezaaide) bermen te inventariseren op bloemplanten. Er is een handige zoekkaart gemaakt van de belangrijkste nectarplanten. Ook als je niets weet van wilde planten kun je met deze kaart al veel planten op naam brengen. In het project kijk je 10 keer naar 1 m2 berm wat er bloeit. Op de site van de Vlinderstichting staat hoe je je resultaten kunt vergelijken met andere bermen. Je ziet dan direct hoeveel nectar “jouw” berm heeft.

Het project is vooral voor bermen buiten de bebouwde kom, maar veel wegen in Leidsche Rijn worden beheerd als bermen buiten de bebouwde kom. De Rijksstraatweg bijvoorbeeld of de Enghlaan, ze worden een of tweemaal per jaar gemaaid en zijn niet ingezaaid. Het is een goede manier om te kijken of bermen in jouw buurt rijk zijn aan nectar. Zie je er ook vlinders of hommels?

Wil je op een nog makkelijker manier kennis maken met bloeiende planten, insecten, vogels enzo? Op zondag 26 mei, tijdens de dag van het (Máxima-)park, kun je tussen 10 en 16 uur mee met mensen die veel van planten, vogels en insecten weten. We proberen die dag, de 501 soortendag  501 soorten planten en dieren te vinden. Of meer natuurlijk, hoe meer ogen, hoe meer we zien.

’s Morgens wordt vooral naar planten en vogels gekeken, ’s middags, als het warmer is, kijken we ook naar de insecten. Als je een uurtje meegaat, steek je  al veel op over planten of dieren. Voor de lunch moet je je aanmelden, met de excursies kun je zo mee. Welkom!

 

Stekelige bezoekers – Zeer gewenst!

Op hun korte pootjes kunnen ze verbazingwekkend hard lopen en ze lopen ’s nachts ook heel wat af: een paar kilometer per nacht. Ze kunnen goed zwemmen en ze zijn best luidruchtig. Op een gebied ter grootte van een vierkante kilometer (een oppervlakte zo groot als het oude de Meern) kunnen 2 tot 10 egels leven. Ze kunnen door een gaatje van 15*15 cm. Als je egels in je tuin wilt, moet je zorgen voor zo’n gaatje onderin de schutting.

Ze eten insecten, wormen, slakken (met huisje en al) eieren, paddestoeen, kleine muizen en jonge vogeltjes, bessen, eigenlijk alles wat ze tegenkomen en eetbaar lijkt. Ze laten als dank voor de slakken egelpoepjes achter: zwarte keutels van 3-4 cm lang. In het Natuurmuseum in Rotterdam ligt de opgezette McFlurry-egel, die zijn kop wel in de beker kreeg maar hem er door de stekels niet meer uit kon halen en stierf door verhongering. Net als alle andere zoogdieren (behalve de mens) kunnen ze overigens niet tegen lactose: ze worden  ziek van melk. Er is speicaal egelvoer te koop dat katten niet eten (eksters wel). Een gevarieerde tuin met slakken, inecten en schuilgelegenheid is beter dan een tegeltuin met een bakje voer.

Ze slapen, overwinteren en werpen hun jongen in goed verstopte nesten van bladeren en mos onder braamstruiken, een heg of takkenhopen, liefst naast een muur of schutting. Toch blijft het fijn als honden aangelijnd zijn, zeker voor jonge egels. Jonge egels overwinteren de eerste winter samen in het nest waarin ze geboren zijn. Egels kunnen een jaar of 10 oud worden. In mei zijn ze op vrijersvoeten, de jongen worden in juni geboren. voor wie alles wil weten heeft de Zoogdiervereniging een inormatieve pagina gemaakt: https://www.zoogdiervereniging.nl/egel

In elk roze vakje zijn de afgelopen 5 jaar 1 – 19 egels gemeld op waarneming.nl. In de rode vakjes 20 of meer. In Leidsche Rijn en Vleuten De Meern zijn, in tegenstelling tot de oude stad, maar weinig meldingen van egels te vinden op waarneming.nl. Zijn ze er wel? Zelfs in de Buitenhof en het Geluidswalpark zijn ze niet bekend. Zijn er te weinig verstopplekken? Teveel loslopende honden?

Ziet u een egel, zet hem op waarneming.nl, ook als u het een verkeersslachtoffer is. Het draagt bij aan de mogelijkheden voor bescherming.

De gebruiksaanwijzing van waarneming.nl staat hier

Egels rollen zich op bij gevaar en worden daardoor vaak verkeersslachtoffer. De zoogdiervereniging heeft 2019 uitgeroepen tot het jaar van de Egel. In 2019 willen ze onderzoeken hoe het gaat emt de Egels in Nederland. In 2009 was het laatste onderzoek. In 2009 vonden ze 45 dode egels per 100 km, in de jaren 80 vonden ze 100 egels per 100 km. Dat is een aanwijzing dat er minder egels zijn. Heeft die daling zich voortgezet?

Voor het onderzoek in 2019 zijn ze op zoek naar forenzen die tussen 1 mei 2019 en 1 mei 2020 en verkeersslachtoffers langs de weg willen tellen, met de fiets of met de auto.  Meer informatie op: platte-egels-tellen-voor-egelonderzoek

Save the date: 26 mei is het 501 soortendag in het Máximapark.

Dé gelegenheid als je meer te weten wilt komen over natuur in de wijk en het park!

Medebewoners: mussen en spreeuwen

Er zijn vogels die graag in huizen wonen. Dat zijn voornamelijk mussen en spreeuwen, die genoegen nemen met een plekje onder de dakpannen, net als gierzwaluwen. Huiszwaluwen maken nesten van klei onder de dakgoot.

Huismussen zijn echte cultuurvolgers. Als ergens geen mensen (meer) wonen, trekken de mussen weg. Ze broeden voor de veiligheid vaak in groepjes bij elkaar. Als een spreeuw probeert een nestje te “kraken”, dan verdedigen de mussen gezamenlijk dat nest en meestal winnen ze het dan van de spreeuw.

Als er geen ruimtes zijn onder daken, nemen ze desnoods genoegen met een mussennest die bij tuincentra te koop zijn. Gemeente Utrecht zorgt sinds kort dat er bij nieuwbouw nestruimte voor mussen, spreeuwen en zwaluwen wordt ingebouwd.

Spreeuwen lijken ras-optimisten. Zodra ze ’s morgens iets gegeten hebben (kieskeurig zijn ze daarbij niet), zitten ze in de hoogste boom te zingen. Of het nu zomer is, of een koude zure druil-dag in februari. Ze hebben zo al heel veel mensen een goed humeur bezorgd.

Ze zitten nu allemaal te broeden. De eieren komen nagenoeg gelijktijdig uit, (knap!) daarna zijn spreeuwen een week of twee superdruk met voedsel zoeken voor hun jongen. Je kunt dan aan het kermen van de jongen goed horen waar ze broeden.  De jongen vliegen nagenoeg gelijktijdig uit, zodat roofvogels maar een paar dagen hun slag kunnen slaan op onervaren jonkies. De lucht is dan gevuld met het geluid van hongerige jonge spreeuwen die achter hun ouders aanvliegen.

Huiszwaluwen komen veel minder voor dan mussen en spreeuwen. Rond Haarzuilens zitten ze wel, maar verder komen ze in Leidsche Rijn/vleuten De Meern, voor zover bekend,  niet voor.

Gierzwaluwen zijn die “vliegende sikkeltjes”, die op mooie zomerse dagen luid schreeuwend door de lucht scheren. Ze slápen zelfs vliegend! Vorig jaar hebben ze gebroed rond de Kersentuin, tussen de Groenedijk en de Vlindersingel. Spectaculair voor zo’n nieuwe wijk!

Er zijn mussen en spreeuwen in Leidsche Rijn, maar waar? Er zijn bijvoorbeeld maar weinig meldingen van Huismussen in waarneming.nl (In die kaart kun je inzoomen op je eigen buurt). Zijn ze er niet? Of heeft niemand de moeite genomen ze te melden?

Als er mussen en speeuwen zijn, dan zijn een paar basis-zaken in de wijk in orde: er is beschutting, er zijn struiken om te kwetteren of bomen om te zingen, er zijn holtes om in te broeden, er zijn insecten voor de jongen en er is eten om de winter door te komen. Als ze er níet zijn, dan is de vraag wat er ontbreekt in die buurt.

Weet je waar huismussen vaak zitten te kwetteren? Weet je misschien zelfs waar ze broeden?  Zie je ze slepen met takjes of voer? Hoor je jonge spreeuwen bedelen om eten? Zet het dan op waarneming.nl! Het helpt om op termijn meer vogels in de wijk te krijgen.

Fietsexcursie: Pinksterbloemen en bloeiende gazons

Pinksterbloemen groeien en bloeien in vochtige grond. Ze zijn de waardplant voor een schattig vlindertje, het Oranjetipje. Aanstaande zaterdag 13 april zijn er twee fiets-excursies, we gaan kijken waar dit plantje in de wijk staat. Kunnen we de vlinder ook vinden?

Het Oranjetipje legt eitjes in de bloemkroon van de Pinksterbloem. Als ze uitkomen eten de rupsen van de rijpende zaden. Daarna verpopt de rups zich op of in de grond. In het volgend voorjaar, als de Pinksterbloemen weer in bloei staan, komt de pop uit en fladdert de vlinder weer rond. Om Oranjetipjes te krijgen is het daarom belangrijk dat Pinksterbloemen pas worden gemaaid als de zaden goed rijp zijn en de vlinder zich is gaan verpoppen. Anders heeft de rups niets te eten.

Daarnaast bloeit er nu veel meer. Afgelopen zomer is het erg droog geweest, het gras in veel gemeentelijke gazons raakte verschroeid. Allerlei bloeiende planten hebben hun kans gepakt: er bloeit nu véél in die gazons. Wat bloeit er eigenlijk en wat betekent dat voor bijen en hommels?  We kijken ernaar tijdens de excursie, je zult veel opsteken van planten in jouw buurt.

We vertrekken zaterdag 13 april om 10 uur en om 14 uur vanaf Station Terwijde. Kinderen zijn van harte welkom op de excursie, als ze goed met een groep mee kunnen fietsen. De excursies duren tot uiterlijk 12:30 en 16:30. Opgave is gewenst.

Weet je plekken met pinksterbloemen of bloeiende gazons? Laat het ons weten!

Tip: heb je een verrekijker, neem die dan mee. Met een groep zie je meer dan alleen, wie weet wat we allemaal tegenkomen onderweg

Aanmelding fietsexcursie 13 april

15 + 11 =

Hoog en droog: Jaarrond beschermde nesten

Kraaien, Eksters en Roeken broeden hoog in de boom. Ze gebruiken hun nest het hele jaar door als hun thuis. Van Roeken zijn de nesten jaarrond beschermd, van Kraaien en Eksters ook, behalve als er voldoende hoge bomen waar ze in kunnen nestelen in de omgeving staan. Het bosje dat nog in Park Grauwaert staat heeft het bestaan te danken aan de Roekenkolonie die er zat: daarom mochten de bomen niet worden gekapt. Daarom is het zinnig om bomen met een Ekster of Kraaiennest, of een Roekenkolonie, op waarneming.nl te melden. Zolang er niet is gemaaid heeft het ook nog zin om roepende fazanten te melden. Daardoor kunnen de nestjes worden gespaard met het maaien van het gras,

De makkelijkst te herkennen vogel is de Ekster. Op een afstandje lijkt hij zwart-wit, maar als het licht er goed opvalt zie je dat de vleugels een blauwe- en de staart een prachtige groene weerschijn hebben. Eksters komen, als enige van de drie, ’s winters op voerplankjes af. Eksters maken een grote variatie aan geluiden.

Eksters zijn niet zulke populaire vogels: ze eten wel eens vol in beeld een leuk klein vogeltje op. Katten eten er meer, maar doen dat minder in de openbaarheid.  Eksters zijn verbazingwekkend slim: ze herkennen zichzelf in de spiegel. https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/eksters-zijn-etterbakken-of-niet. Sinds 1980 is het aantal gehalveerd, alle reden om te inventariseren via waarneming.nl waar in de wijk ze broeden.

Ze broeden vaak pas als ze twee jaar oud zijn en blijven elkaar jarenlang trouw.  Hun eerste jaar leven ze in luidrcuchtige “pubergroepen”. Ze maken grote nesten met een afdakje, zo zitten ze behoorlijk droog. Vaak zijn ze de hele winter al aan het werken aan meerdere nesten, uiteindelijk wordt er in een daarvan gebroed.

Kraaien zijn vernoemd naar hun roep: Kráááá. Ze zitten vaak in een boom of op een lichtmast te roepen. Je zult je ze niet gauw in je tuin krijgen, ze willen ruimte om zicht heen.

Jonge kraaien hebben moeite met vliegen. Pa en Ma Kraai weten dat en jagen voor de start van het broedseizoen de pubergroepen van Eksters weg. Kraaien willen ook nog wel eens een kant- en klaar Eksternest inpikken om in te broeden.

Als Kraaien niets te doen hebben, dan zijn ze aan het observeren. Boven in een boom of een lichtmast zitten ze stil te kijken naar een kruising, een druk fietspad, een winkelcentrum of een andere plek met beweging. Of ze voeren “een ballet uit –  voor twee kraaien en één Buizerd”. waarbij de medewerking van de Buizerd niet helemaal vrijwillig is.

Roeken zijn net als Kraaien grote zwarte vogels, maar ze zijn veel zeldzamer. Ze lijken een feestneus als snavel te hebben: groot en met een gele snavelbasis.

Ze broeden in kolonies, met een aantal nesten bij elkaar. Hun roep is veel lager dan die van Kraaien. (onder de foto) Ze leven het hele jaar in groepjes. Je ziet ze vaak grasvelden afzoeken naar beestjes, maar ze eten ook veel plantaardig voedsel.

Meld roepende fazanten – bescherm zo de nestjes

Er zijn veel Fazanten in Leidsche Rijn, bij mooi weer hoor je in het voorjaar overal de Fazantenhanen roepen. Daar zitten de vrouwtjes in de buurt te broeden. Zodra er gemaaid wordt sneuvelen er veel nestjes, op een maaimachine heb je immers te laat in de gaten dat er een nestje is. Daarom vraagt het Natuurplatform aan inwoners om roepende fazanten door te geven op waarneming.nl. Dan kunnen de nestjes met het maaien worden ontzien.

Geef op waarneming.nl/ door waar u fazanten hoort roepen. Onder de foto op deze pagina kunt u het geluid afspelen als u niet precies weet hoe het roepje klinkt.

Wij zorgen dat de gemeente, vóór er gemaaid wordt, weet waar die fazanten zitten. De man of vrouw op de maaimachine kan dan goed opletten. Of er wordt daar een paar weken gewacht met maaien, tot de jongen het nestje hebben verlaten.

De fazant is het eerste dier in de Natuurbingo 2019. Zie je meer dan 10 dieren en plantensoorten in jouw buurt? Bingo! Dan heb je leuke natuurkennis opgedaan! Geef je waarnemingen door op waarneming.nl, daarmee kan de natuur in je buurt beter worden beheerd.

Hier kun je zien waar er al fazanten zijn gemeld in de gemeente Utrecht. Als je op de datum klikt, zie je de precieze plek.

Natuurbingo 2019

In 2019 organiseren we een natuurbingo voor Vleuten-De Meern, Haarzuilens en Leidsche Rijn. Elke twee weken vragen we aandacht voor soorten die voorkomen in de wijken en die makkelijk te herkennen zijn. We vragen inwoners om door te geven waar deze planten en dieren zitten. Zitten er 10 soorten in jouw buurt? Herken je ze ook? BINGO! Dan heb je dit jaar leuke natuurkennis opgedaan én het wordt makkelijker om de soorten in jouw buurt goed te beheren en te beschermen.

Hoe werkt de Bingo?

Elke twee weken vragen we aandacht voor een dier- of plantensoort. Je krijg informatie over de levenswijze en hoe je hem kunt herkennen. Kom je de soort tegen, dan meldt je dat op waarneming.nl.  Dat is een website waar je al je waarnemingen van wilde planten en dieren op kunt zetten. Zo weten we wat er in heel Nederland leeft, of het op de rode lijst moet of dat het juist  goed gaat met een plant of dier. Als je een foto hebt, kun je die erbij zetten. De site heeft beeldherkenning, zo krijg je vaak nog een check of je het goed hebt gezien. Rechtsboven op de pagina kun je je abonneren op de natuurbingo, je krijgt dan een mailtje voor de volgende soort.

Alle soorten die je zo meldt komen ook in de Nationale Database Flora en Fauna. Het is dan niet alleen nu beschikbaar voor de gemeente, die het kan gebruiken voor beheerplannen. De gegevens blijven ook beschikbaar voor onderzoekers die willen nagaan hoe de natuur van Leidsche Rijn op termijn verandert.

De eerste soort in de natuurbingo is de Fazant.